Peter Struycken Explosante Fixe

PETER STRUYCKEN 
PIERRE BOULEZ … EXPLOSANTE-FIXE

explosante-fixe__2004-2007_1327443164

N.B. de onderstaande tekst schreef Peter Struycken in 2004 in de toenmalige voorbereiding van het werk, er waren toen twee versies beoogd. In het voorjaar van 2014 heeft Peter Struycken met Ir. Daniel Dekkers en het Groninger Museum een update van het werk verricht. Met ingang van 2015 zijn nieuwe presentaties en versies mogelijk geworden}    

Inleiding
In de zomer van 2006 wijdt het Groninger Museum een overzichtstentoonstelling aan mijn werk. Daarin zal speciale aandacht worden besteed aan de werken die ik in opdracht maakte. Ter gelegenheid van de tentoonstelling wil de Stichting Pierre Boulez aan Struycken een opdracht geven voor het maken van een ruimtelijk werk op basis van muziek van Pierre Boulez.

Een werk op basis van ‘…explosante fixe…’ van Pierre Boulez
De aanleiding voor het idee om een werk op basis van muziek te maken, is het televisiewerk dat ik in 1997/1999 in opdracht van de NPS ontwikkelde voor een uitvoering van Prometheus, een gedicht van vuur (1911) van Alexander Skrjabin en de dynamische toneeldecors voor de dansvoorstelling CEL uit 2003/04 van Ton Simons op basis van de ‘life’ uitgevoerde muziek van Xenakis door het ASKO-ensemble.
Ik gebruikte voor het stuk van Skrjabin mijn ‘dynamische kleurruimte’, waarin duizenden kleuren in de vorm van lichtende schijven door de ruimte wentelen, samenvloeien en zich weer opdelen, oplossen en weer opnieuw ontstaan, en dit alles in perspectivische werking. Behalve een versie voor televisie is er ook een versie voor levensgrote projectie op de muur, waarbij de toeschouwer zich bijna ín de voortdurend veranderende kleurruimte waant.
Voor CEL, op basis van vijf verschillende stukken muziek van Xenakis, gebruikte ik telkens verschillende nieuwe beeldvormen. Zowel 2- dimensionaal als projecties van 3-dimensionale figuratie. Ook hierbij gebruikte ik mijn ‘dynamische kleurruimte’ waarmee figuraties, afhankelijk van hun kleurveranderingen ook hun ruimtelijke beweging uitvoeren. De ruimtelijkheid die ook bij deze stukken belangrijk was, werd mogelijk door projectie van de beelden op zowel een half-doorlatend voordoek als een achterdoek waartussen de dansers bewogen en de orkest musici de muziek uitvoerden.

De gedachte achter het nieuwe werk met de muziek van Boulez als uitgangspunt is om deze ruimtelijkheid nog een stap verder te voeren, en de toeschouwer aan alle kanten te omringen door veranderende kleurvelden, waartussen hij zich vrijelijk kan bewegen. In mijn architectuur-gebonden opdrachten ga ik ook uit van het concept van de ‘dynamische kleurruimte’, die de toeschouwer soms letterlijk omringt. Daar ben ik dan bijna altijd gedwongen te kiezen voor één moment, voor één still uit een oneindige reeks van mogelijkheden. In het nieuwe werk is het aspect van de ontwikkeling in de tijd ook zichtbaar.
Ik koos voor Boulez omdat hij onder de levende componisten mijn absolute favoriet is en ik volg zijn muziek al bijna vier decennia. Van de composities van Boulez is er één waarvan hij de indruk heeft dat deze in het bijzonder geschikt is voor visualisatie met kleurveranderingen: …explosante fixe… Daarvan bestaan meerdere versies, maar het gaat hier om de meest recente, die dateert van 1991-1993, voor midi-fluit, twee solofluiten, ensemble en live-electronica. (Tot dusver één maal op CD uitgebracht, uitgevoerd door het Ensemble Intercontemporain onder leiding van Boulez zelf, voor Deutsche Grammophon 445 833-2)
Boulez heeft ermee ingestemd dat deze compositie het uitgangspunt is voor een nieuw werk van mij. Interessant is dat de Boulez zelf met betrekking tot …explosante fixe… een aantal analogieën met beeld noemt. De structuren in klankkleur van het stuk vergelijkt hij met de werking en kleursensaties van de mozaïeken in Ravenna. Hij beschrijft het stuk verder als een samenstel van lagen, vergelijkbaar met de opbouw van een TV-beeld uit afzonderlijke lijnen, sommige eenvoudig en andere zeer complex, die in onderlinge interactie het totaalbeeld vormen.
Boulez die zelf een aantal malen bestaande litteraire teksten in zijn werk geintegreerd heeft staat positief tegenover een verbinding tussen verschillende kunstvormen.
Wat …explosante fixe…ook geschikt maakt voor dit project is de ruimtelijke werking ervan. Deze wordt aan de ene kant veroorzaakt doordat de klanken van de instrumentale muziek, in real time, elektronisch verwerkt worden en daarbij, niet aan richting gebonden, over luidsprekers verdeeld worden; en aan de andere kant door het structurele karakter van de klanken zelf, die zich niet in termen van ‘vorm’ of melodie laten interpreteren maar als gradaties in complexiteit en klankkleur. Zelfs de kwetterende fluitklanken en snelle passages laten zich interpreteren als turbulente kleurveranderingen die ruimte oproepen door hun beweeglijkheid.
De ruimtelijke setting van mijn werk bestaat uit zes à zeven semi-transparante schermen van elk vijf meter breed en drie meter hoog. Ze omringen de toeschouwer als een soort informeel gearrangeerd ‘Panorama Mesdag’, maar dan met bewegende en veranderende kleuren. Geluid en beeld moeten een geheel worden dat door zijn rijkdom aan indrukken aanleiding geeft om enkele malen terug te komen om het in zich op te nemen.

Techniek – software
Een van de belangrijkste uitdagingen is om de complexiteit van de klanken in het stuk van Boulez te evenaren in visuele kleurafwisseling en verandering. Immers, complexiteit als auditieve werking refereert aan volkomen andere gewaarwordingen en ervaringen dan complexiteit als visuele werking. De kleuren moeten bovendien niet alleen in zichzelf ruimtelijk gestructureerd zijn, zoals de klankindrukken dat oproepen, maar ze moeten zich tevens als in ruimte bewegende verschijnselen gedragen in iedere gewenste variatie en gedetailleerdheid van tempo.
Een dergelijke onderneming kan alleen met behulp van computerprogrammering slagen. Hierbij is programma MODULES onontbeerlijk, dat sedert zes jaar de basis vormt voor al mijn vrije en gebonden werk. Het is in nauwe samenspraak met mij ontwikkeld door Ir. D. Dekkers, een in graphics gespecialiseerde informaticus, wiens medewerking bij het Boulez-project van groot belang is. Ik programmeerde voor MODULES zelf de basis-structuur voor het genereren van kleurruimten.
Voor ….explosante fixe…. zullen nieuwe kleurrelaties, veranderingen en bewegingen nodig zijn. Ik verwacht met Ir. Dekkers ten minste een jaar intensief te zullen werken aan de functies die voor de kleurveranderingen nodig zijn om op basis daarvan het werk te kunnen maken. Op zijn laatst zullen zij begin 2005 moeten kunnen beginnen om er zeker van te zijn dat het werk in 2006 voltooid kan worden.

Techniek – hardware
Voor de beamer-aansturing in de ruimtelijke opstelling in het Groninger Museum zijn twee opties, waaruit nog geen keuze is gemaakt: door middel van DVD of door middel van computers. Het voordeel van de DVD is dat zeer gecompliceerde beelden, die niet in real time kunnen worden berekend, kunnen worden voorbereid en afgespeeld. Voor ieder projectiescherm moet een aparte DVD samengesteld worden met verschillende beelden. Het nadeel van de DVD is dat de schermen een gefixeerde plaats en afmeting moeten hebben in de ruimte waar ze worden opgesteld. Als het werk later of elders nog een keer moet worden gedraaid, dan moeten de schermen exact in dezelfde positie komen te staan. Een nadeel is ook dat het maken van de DVD arbeidsintensief is, dus al lang van te voren het programma af moet zijn en er niets meer kan worden veranderd.
Het voordeel van de computers is dat er geen probleem is met de opstelling van de schermen. Aangezien al Struyckens beelden als kleurveranderingen in een driedimensionale ruimte worden berekend, is het mogelijk om iedere keer opnieuw de posities en de afmetingen van de schermen in de computers te lezen en het werk in real time te draaien. Het is denkbaar dat een vrijheidsgraad in het programma wordt ingebouwd, waardoor er, tijdens de uitvoering, via een ‘joy-stick’, door het publiek invloed op bepaalde parameters kan worden uitgeoefend. Het programma kan tot het laatste moment nog worden aangepast. Het nadeel van de computers is eigenlijk alleen dat de beelden niet te gecompliceerd rekenwerk mogen vragen, zodat de computers alles in real time kunnen bijbenen.
Dit laatste is echter weer een voorwaarde voor een uitvoering van een ‘life’ uitvoering van het stuk in een concertvorm. De Stichting Pierre Boulez stelt er nadrukkelijk prijs op dat de veranderende beelden dan synchroon met de muziek kunnen worden uitgevoerd. Hiervoor zal een versie moeten worden ontwikkeld met gebruikmaking van ‘midi-techniek’. Hiermee kunnen op ieder moment dat de uitvoering van de muziek dat vraagt beeld-genererende processen worden gestart of afgebroken.
In samenwerking met Ir. Daniel Dekkers zullen dus in ieder geval twee verschillende versies van het stuk moeten worden ontwikkeld.